april 2008: Het kunstsubsidie debat
In Debat kunt u uw mening geven over actuele onderwerpen. Elke twee maanden wordt een nieuw onderwerp geïntroduceerd waar u op kunt reageren. Reacties worden op de website geplaatst. Indien u niet wilt dat uw naam hierbij geplaatst wordt, vragen wij u ons dit te laten weten.Reacties kunnen per post gestuurd worden naar de BBK: Uiterwaardenstraat 209, 1079 CN in Amsterdam of via e-mail naar bbk@bbknet.nl, onder vermelding van forum. Suggesties voor een volgend onderwerp voor Debat over zijn ook welkom.
Na het inwerking treden
van de Cultuurnota 2001 – 2004 wordt de Geldstroom BKV opgenomen in het
Actieplan Cultuurbereik. Reden hiervoor is dat de toenmalige staatsecretaris
van der Ploeg vond dat er te weinig afstemming plaatsvond met het
Rijksbeleid op het gebied van de Beeldende Kunst. Door de Geldstroom BKV bij
het Actieplan Cultuurbereik onder te brengen hoopte men hier meer afstemming
en controleerbaarheid te krijgen. Het beschikbare BKV geld, circa € 18
miljoen, wordt dan over de 30 gemeentes met meer dan negentigduizend
inwoners verdeeld. In de periode 2005 –
2008 wordt de Geldstroom BKV onder staatssecretaris van der Laan weer
losgekoppeld van het Actieplan Cultuurbereik. Het beschikbare bedrag wordt
na een bezuiniging van 7% teruggebracht naar € 16,7 miljoen per jaar. De
besteding wordt nu geconcentreerd op de 9 grote steden, plus de vijf steden
met een kunstacademie. Daarnaast blijven de provincies geld ontvangen. Voor
de provincies ligt de nadruk op het stimuleren van ‘kansrijke initiatieven
met een bovenlokale uitstraling’. De middelen uit de Geldstroom BKV worden
niet meer ingezet voor ondersteuning van individuele kunstenaars en
vormgevers, noch voor aankopen en huurvergoedingen voor presentatie,
verhuur, uitleen of verkoop van kunstinstellingen met een uitleen of voor
aankopen van kunst ter verfraaiing van overheidsgebouwen. In de beleidsbrief van
7 december kondigt minister Plasterk aan de Geldstroom BKV stop te willen
zetten. Redenen die hij hiervoor geeft zijn dat uit verschillende
onderzoeken gebleken zou zijn dat de Geldstroom BKV niet effectief en
efficiënt werkt, en er bovendien met het Inter Provinciaals Overleg en de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten is afgesproken dat vanwege het inperken
van bestuurlijke druk het aantal uitkeringen teruggebracht zou worden. De
middelen die vrijkomen door het afschaffen van de Geldstroom BKV moeten
behouden blijven voor instellingen, activiteiten en programma’s op het
gebied van beeldende kunst en vormgeving. De € 16,7 miljoen die op deze
manier vrijkomt, zal als volgt verdeeld worden: €
13,3 miljoen gaat naar 35 gemeenten. Dit zijn gemeenten met een
inwoneraantal boven de 90.000 en alle provincie hoofdsteden; €
2,5 miljoen gaat naar een landelijk netwerk van presentatie instellingen
voor beeldende kunst en vormgeving; €
500.000 moet het internationale aanbod van de musea voor hedendaagse
kunst versterken en komt ten goede aan een of enkele spraakmakende
internationale tentoonstellingen per jaar; €
400.000 komt ten goede aan de Premsela Stichting om door te kunnen
groeien tot een volwaardig sector instituut.
Het debat
juni 2008:
Het debat: de Geldstroom BKV
De geldstroom Beeldende Kunst en Vormgeving komt voort uit de oude Beeldende
Kunstenaars Regeling die 1987 heeft bestaan. De BKR was een zogenaamde
contraprestatie regeling waarbij kunstenaars in ruil voor werk of diensten
een basisinkomen konden krijgen. Na afschaffing van de BKR in 1987 worden de
hierdoor vrijgekomen gelden aan de provincies en de 4 grote steden toe
bedeeld. De overige gemeentes komen hier tegen in verzet en vanaf 1991 wordt
de Geldstroom BKV aan een groter aantal (middel-) grote gemeentes
toebedeeld.
Tijdens de Algemene Leden Vergadering is al een debat over het onderwerp
gevoerd, zie het verslag hierboven. Voor de volgende krant horen we graag
wat jullie er van vinden. Is het beter dat er nu meer geld naar de gemeenten
gaat, of was de provincie juist de aangewezen instantie voor de verdeling
van deze gelden?
Om verwarring met het nieuwe ledenforum te voorkomen zal deze rubriek verder gaan onder de kop 'het debat'. Reacties kunnen naar de BBK opgestuurd worden: Uiterwaardenstraat 209, 1079 CN in Amsterdam of via e-mail naar bbk@bbknet.nl, onder vermelding van ‘het debat’. Reacties worden op de website geplaatst, en een selectie ervan komt in de volgende BBK krant bij de rubriek ‘het debat’ te staan. Suggesties voor een onderwerp voor ‘het debat’ in de volgende krant zijn ook welkom.
Reactie
Geachte redactie,
Als ik de discussie lees in de laatste BBK krant over de 'Geldstroom BKV'
wordt het mij weer eens droevig te moede; dat het met de financiering van de
kunsten door de overheid de laatste 20 tot 30 jaar steeds beroerder gesteld
is, is duidelijk en toevalligerwijs maakt de verklaring waaruit de BKV
gelden uit zijn voortgekomen dat nog eens extra: ,,De geldstroom Beeldende
Kunst en vormgeving komt voort uit de oude Beeldende Kunstenaarsregeling die
(tot) 1987 heeft bestaan''.Ik herinner mij dat de BKR bij zijn opheffing het
rijk 121 miljoen kostte. Dat is dan nu omgerekend in euro's zeg voor het
gemak 56,7 miljoen. De nu beschikbare BKV-gelden bedragen 16,7 miljoen;
velen (hoop ik) zullen zich nu met mij afvragen , waar is die resterende 40
miljoen euro? Opgegaan aan ambtenarensalarissen, presentiegelden voor de
vele adviescommissies, douceurtjes voor onafhankelijke adviseurs? Ik weet
het niet, wat ik wel weet is dat alle salarissen sindsdien aanzienlijk zijn
gestegen , om niet te spreken over de inkomens van het hogere echelon ,die
vele malen over de top zijn gegaan. Voor de kunstenaar is dat niet nodig,
die moet lijden voor de kunst , had ie maar geen kunstenaar moeten worden
en, zo blijkt, met een gemiddeld inkomen van 900 euro bruto gaat ie
net niet dood. Dus waar zeuren we over? Heel anders ligt het opeens als een
kunstenaar onderdeel uit maakt van een, ik citeer: ,,activiteit van
bovenlokale uitstraling ‘‘. Bedoeld wordt: geld voor de presentatie van
de jongens en meisjes die het internationaal goed doen. En goed doen
betekent tegenwoordig voor de overheid: goed als marketingobject en goed
voor de pr van het rijk.
Dit en talloze andere voorbeelden sterken mij in de overtuiging dat de
kunsten zich totaal van de overheid zouden moeten afwenden. Hoe moet het dan
wel of hoe zou het óók kunnen? Nog een klein voorbeeld van desastreuze
kortzichtigheid van een minister onlangs, maar met de kiem in zich hoe het
anders zou kunnen: de voorgenomen maar goddank afgeblazen afschaffing van de
kunstaankoopregeling voor galeries door minister Plasterk. Men kan zich voor
stellen hoe dat misschien gegaan is.
De minister, altijd op zoek
naar geld om het ene gat met het andere te stoppen, wordt door een ambtenaar
gewezen op een relatief klein postje: Kunstaankoopregeling 800.000 euro. Hm,
niet veel reageert de minster, maar alle beetjes helpen. Geen idee wat het
is, de ambtenaar weet het ook niet, is het soms de BKR? Hm, meteen maar
doen, of toch nog een adviseur raadplegen?Doe dat toch maar even voor de
zekerheid, riposteert de bewindsman. Het duurt even voordat de heengezondene
met een antwoord terugkeert: het viel niet mee uw speciale adviseur inzake
deze te bereiken, hij is op werkbezoek op Ibiza, dus u begrijpt..Ja, ja,
snel nu maar, wat zei ie?
Altijd doen, het valt niet op, het is maar een klein postje dus electisch
ongevaarlijk, en bovendien, het is geen verkiezingstijd.
En de BKR is sinds 1987 afgeschaft.
Wat BKR? De minister begon nu kwaad te worden.
De contra-prestatie, verduidelijkte de ambtenaar.
Bestaat die dan niet meer?
Zoals we inmiddels weten ontstond er onverwacht grote weerstand tegen de
voorgenomen afschaffing.
De minister werd geadviseerd van het voornemen af te zien want er zou
onvoorzien grote imagoschade kunnen ontstaan.
Nou ja, een enkel
ongecontroleerd geldstroompje moeten we dan maar door de vingers zien,
verzuchtte de speciale adviseur, maar als we niet oppassen is het het begin
van het einde.
De goede verstaander begrijpt waar ik heen wil. De kunstaankoopregeling is
een mooi voorbeeld van een niet door een commissie beïnvloede geldstroom; de
kunstkoper bepaald zelf wat hij mooi vindt en sluit een betalingsregeling
af, de kunstenaar krijgt zijn geld van de bank en de overheid betaalt de
rente voor de afbetaling aan de bank zonder morren of zeuren over de
kwaliteit van de kunst.
En dat laatste met name is zeer belangrijk want de overheid doet onpartijdigheid voorkomen maar is dat in wezen niet door de talloze commissies die tussen de geldbron en de kunstenaar zitten. Daarbij slokken ze een aanzienlijk deel van het beschikbare budget op.
Door nu uit te gaan van een vast budget van minstens een procent van de nationale begroting en dat grotendeels via belastingmaatregelen aan de kunsten ten goede te laten komen, ik denk aan een basis inkomen voor erkende maar armlastige kunstenaars, belastingvrijdom voor de kunsten en ook voor bedrijven die producten van culturele waarde maken, kunstaankopen aftrekbaar maken voor zowel particulieren als bedrijven, zo ook giften aan culturele fondsen etc. , kun je een klimaat scheppen waardoor je geld van de overheid efficiënt gebruikt en waarin het particulier initiatief wordt aangemoedigd steeds meer aan cultuur te doen , ja het t.z.t. zelfs over te nemen van de overheid.
Het huidige kunstbeleid
echter, bevestigd slechts het cliché van 'den hollander': Hij wil van twee
walletjes eten , het liefst de kool en de geit sparen en voor een dubbeltje
op de eerste rang zitten.
En toch, de ouden wisten het al: 'De cost gaet voor de baet uit'
Walter van Nus
Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars © 2009