Het kunstsubsidie debat

juni 2008: Het debat: de Geldstroom BKV

Het afgelopen jaar is de discussie over het stelsels van kunstsubsidies in Nederland verschillende malen losgebroken. Hierbij liepen de gemoederen steeds hoog op. Niet zo vreemd als je bedenkt dat deze subsidies voor veel kunstenaars het verschil uitmaken tussen het opzetten, of het opgeven van de beroepspraktijk. Toch is het wel belangrijk dat het debat rond het stelsels van subsidies gevoerd blijft worden. Daarom staat dit debat in deze eerste aflevering van Forum centraal. Een recapitulatie.

Mei 2007
Het fonds BKVB en de Mondriaan Stichting geven Second Opinion uit: een bundel van opiniestukken over het huidige subsidie stelsel. Ook de beide directeuren geven hierin hun mening over het subsidiebeleid in Nederland en doen daar veel stof mee opwaaien binnen de kunstsector. Kunstenaars reageren verontwaardigd en stellen een door 370 collega’s ondertekende brief op. Volgens de schrijvers van deze brief willen de twee directeuren de individuele subsidies voor kunstenaars afschaffen en roepen het beeld op dat ‘de Nederlandse kunstenaars zich als een lui varken rondwentelen in een warm bad van subsidies’. Lex ter Braak, directeur van het fonds BKVB, reageert vervolgens weer verontwaardigd: het beeld van kunstenaars als luie varkens hebben zij nooit willen geven, en ook de individuele subsidies moeten niet stopgezet worden. Wel pleit hij voor een herverdeling van de beschikbare middelen om versnippering tegen te gaan. Deze versnippering is volgens hem ontstaan door het uitgangspunt van de ‘verdelende rechtvaardigheid’ wordt gebruikt, waarbij iedereen een klein beetje krijgt. In plaats daarvan zouden het excellente of het onderscheidende als uitgangspunt moeten dienen, waarbij meer geld naar minder kunstenaars zou moeten gaan.

Juni 2007
Minister Plasterk presenteert zijn notitie ‘Kunst van Leven’ waarin hij de hoofdlijnen voor het cultuurbeleid voor de komende 4 jaar uiteenzet. Hij lijkt hierin voor een deel de mening van het fonds BKVB en de Mondriaan stichting over te nemen: op landelijk niveau moet meer geld voor minder kunstenaars komen, waarbij vooral strenger op kwaliteit getoetst moet worden. Op provinciaal en gemeentelijk niveau moet ook het een en ander veranderen: de geldstroom Beeldende Kunst en Vormgeving wordt afgeschaft. Het geld dat daarmee vrijkomt, moet in plaats daarvan meer onder steden verdeeld. De steden zijn in principe vrij in de besteding van dit geld maar worden wel ‘indirect aangespoord’ om strenger op kwaliteit te toetsen.

December 2007
Minister Plasterk brengt een beleidsbrief naar buiten waarin hij de notitie ‘Kunst van Leven’ verder toelicht. De hoofdpunten:

  • Het fonds BKVB moet haar verschuiving in het beleid van sociaaleconomische ondersteuning naar stimulerende ondersteuning verder voortzetten.
  • De overlap van de WWIK en de starterstipendia moeten tegengegaan worden.
  • De Geldstroom BKV wordt stopgezet. Het vrijgekomen geld gaat in plaats daarvan naar de 11 provinciale hoofdsteden en steden met meer dan 90.000 inwoners.
  • De kunstkoop regeling wordt stopgezet. De kunstbegroting wordt behandeld door de vaste Kamercommissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van de tweede kamer. Het afschaffen van de Kunstkoop Regeling wordt hier weer teruggedraaid, de rest blijft.

    Het platform ‘Zonder Kunstenaars Geen Kunst’ wordt opgericht om een reactie te geven op de bezuinigingsplannen en plannen voor herverdeling van de kunstsubsidies.

    Maart 2008
    Het platform Zonder Kunstenaars Geen Kunst spreekt op 20 maart in de vaste Kamercommissie OC&W met de verschillende fractiespecialisten cultuur over hun financiële problemen en het belang van hun werk voor de samenleving.

    Op 28 maart wordt de begroting voor cultuur besproken in de vaste Kamercommissie OC&W. Het afschaffen van de geldstroom BKV blijft, maar er zijn ook positieve ontwikkelingen. Er werd besloten dat er een communicatie kanaal tussen kunstenaars en overheid. Verder wordt gekeken naar de mogelijkheden van hang en sta gelden, en een nieuw op te richten ‘Fonds de Mecenas’, bestaande uit zowel privé als overheidsgeld.

    Het debat
    In het debat lijken twee uitgangspunten tegenover elkaar te staan. Aan de ene kant staan de ‘marktdenkers’. Hier lijken Plasterk en de fondsen te staan. Het uitgangspunt is dat kunstenaars zich meer op de markt moeten gaan bewegen en financieel meer onafhankelijk moeten worden. Door kunstsubsidies onder minder kunstenaars te verdelen, worden kwaliteit en ambitie gestimuleerd met substantiële bedragen in plaats van de vele kleine bedragen die nu worden toegekend. Tegenover dit ‘marktdenken’ worden de ‘rechtvaardige verdelers’ gezet, in dit geval de kunstenaars zelf en de beroepsverenigingen. Hier is juist het uitgangspunt dat startende kunstenaars niet veel geld nodig hebben, maar wel ondersteuning om de beroepspraktijk op te kunnen zetten zonder daarnaast nog allerlei baantjes te moeten zoeken. Vooraf kan niet gezegd worden welke kunstenaar uit gaat blinken, terwijl juist de gebleken ‘excellente’ kunstenaars al mogelijkheden hebben om hun projecten te financieren.

    Over het onderwerp is al veel gezegd, maar wij zijn nu geïnteresseerd in de mening van de BBK leden: moet in het geval van kunstsubsidies meer ingezet worden op minder, of juist op een basisinkomen voor alle kunstenaars, en naar welke criteria zou dan gekeken moeten worden. En is het eigenlijk wel wenselijk om de kunstenaar in de markt te zetten: stimuleert dit het maken van beter werk of zorgt het juist voor afvlakking van de kwaliteit. En welke rol kan de BBK hierin spelen.

    Voor meer achtergronden over het debat zie ook de websites van kunstsubsidiedebat.nl en het platform zonderkunstenaarsgeenkunst.

    terug naar top

    Reacties
    Op jullie vraag of kunstsubsidies meer ingezet worden op minder of juist op een basisinkomen voor alle kunstenaars en naar welke criteria er dan gekeken zou moeten worden wil ik graag mijn mening geven.

    Ik ben voorstander voor een basisinkomen voor alle kunstenaars, in ieder geval gedurende de eerste vijf jaar van het opbouwen van je beroepspraktijk, omdat je alleen op die manier, met zo min mogelijk financiële sores, gestaag kunt werken aan je oeuvre. Zeker aan het begin van je kunstenaarsbestaan ben je bezig met investeren in tijd, ontwikkeling, materiaal, netwerken, atelier, etc. Bij een basisinkomen heeft iedereen gelijke kansen. Meer geld voor kunstenaars aan de top is onzin. Zij zijn in de gelukkige omstandigheid dat er goed geld voor hun werk betaald wordt.

    Wel is het natuurlijk een feit dat financiële prikkels kunnen stimuleren. Het zou daarom goed zijn als kunstenaars naast een basisinkomen bovenop hun verkopen een soort van bonus zouden krijgen van de overheid. Om dit voor de overheid betaalbaar te houden, kan er een plafond worden ingesteld.

    Wat betreft de criteria waar naar gekeken moet worden, verwijs ik naar de Kunstfabel van Jacques van Alphen op blz. 100 in Kunstbeeld nr. 5 van 2008 waar ik het helemaal mee eens ben. Een criterium zou kunnen zijn dat kunstenaars in ieder geval lid zijn van de BBK. Ik vind een lidmaatschap van de BBK in ieder geval een must voor de professionele kunstenaar en verbaas me er vaak over dat collega kunstenaars geen lid zijn.

    Hartelijke groet, Ans Vianen

    terug naar top


    Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars © 2009

  • Nieuws:

    Actueel
    Krant
    Nieuwsbrief
    Archief nieuwsbrief
    Debat